podia x festivals

¨De Brusselse concertzaal Ancienne Belgique verklaarde dat ze hun programmeringsvisie veranderd hebben door [Le Guess Who?]. Zo hadden we het in het begin ook bedoeld, als ontzuiling. Dat we een vrouwenkoor, freejazz, een metalband en Chinese pipamuziek naast elkaar programmeerden en dat je daar een ticket voor kocht.

We programmeerden steeds minder Amerikanen en Britten, meer het onderbelichte geluid met een andere kijk op de samenleving. Toen Donald Trump mensen uit een groep landen als niet welkom verklaarde, is Bob juist artiesten uit die landen gaan zoeken om een plek bij ons te geven. Om empathie voor elkaar te houden, en andere culturen dichterbij te halen. Door muziek ervaar je dat er niet zoveel verschillen zijn tussen culturen, dat hebben we proberen na te streven.

Je ziet ook om ons heen dat festivals dat goed doen. Roadburn bijvoorbeeld, die maken programmakeuzes die niet vanzelfsprekend zijn. En toch zie je: ja, dít is hartstikke Roadburn. Dat geldt ook voor een festival als Rewire. Maar ook Lowlands – hoe gaaf was het dat Kamasi Washington het jaar nadat hij op Le Guess Who? stond, ook op Lowlands kwam. En ik zie elk jaar op Primavera in Spanje artiesten die we het jaar ervoor hadden. Roskilde, hetzelfde. Wij boeken buiten het boekerswereldje en de normale industriekanalen, en die artiesten vinden zo hun weg op de zomerfestivals. Dat is de verdienste van Le Guess Who?.”

– voormalig directeur Le Guess Who? Johan Gijssen, in interview met NRC Handelsblad, 9 november 2022.

Muziekindustrieel gezien een belangrijke observatie, maar alvast een nuance: jarenlang bracht het voormalige podium RASA in Utrecht precies de genres en artiesten waarvoor LGW? nu de credits krijgt. In die zin zie ik LGW? meer als een betere interface, die (meer dan voorheen RASA) er in slaagt het juiste publiek op de juiste manier te interesseren voor muzikaal avontuur. Dit gaat heel concreet meer over een praktische en aantrekkelijke website, want zoveel artiesten die nu worden genoemd als ontdekkingen van Le Guess Who? zag ik jaren daarvoor wekelijks in het (prachtige, intieme) RASA.

Even zo interessant is de observatie in een NRC-recensie van het Rotterdamse festival Left of the Dial dat alle festivals (na het succes van Le Guess who?) op elkaar beginnen te lijken. Full quote: ¨Dat Left of the Dial zo meesmelt in de soep van avontuurlijke festivals die steeds meer op elkaar gaan lijken (denk aan Le Guess Who?, Roadburn, Motel Mozaïque, Rewire) is misschien een teken van de tijd: genres vervagen, jonge bands houden zich nauwelijks aan hokjes en bezoekers, van jong tot extra belegen, gaan daar graag in mee.”

Promotor’s Lament: de festivalisering in de muziek zorgt al jaren voor dit fenomeen: internationaal tourende groepen zijn alleen beschikbaar in het zomerseizoen, want festivals betalen (onbekendere) bands beter. Zalen moeten financieel uitkomen op de avond zelf, en dan is een eerste presentatie uitermate riskant. Het is een louter financieel mechanisme: als festival boek je een headliner en met de te verwachten sales kun je jezelf risicovol aanbod permitteren, als kleinere acts, the cherries on top. Venues hebben hierop nog steeds niet echt een antwoord, tenzij je een venue bent zoals in Amsterdam Paradiso, met een handvol satellietpodia waarop je als muziekprogrammeur nog eens risico durft te nemen omdat je niet 1000, maar 150 kaarten moet verkopen om uit de kosten te komen.

Een insider deed hier ooit tegenover mij vrij laconiek over: het is geen dichotomie, maar een samenspel. Als je als band een succesvolle festivalzomer achter de rug hebt kun je even succesvol het podiumcircuit in. Toch is dit mijns inziens even waar als niet het hele verhaal: als programmator blijf ik zitten met een werkelijk hallucinante wanverhouding tussen aanbod en wat we kwijt kunnen bij KAAP. Een mogelijk antwoord hierop is: definieer je artistieke keuzes zo scherp mogelijk in een publiekelijk aantrekkelijk profiel. Maar hierbij onderstreep ik direct de NRC-observatie dat alle muzikaal vooruitstrevende festivals op elkaar beginnen te lijken. Tegelijkertijd zijn er nog steeds verbijsterend archaïsche mechanismes in de muziekindustrie werkzaam, zoals een hiërarchisch denken in termen van boven naar beneden: orkestraal tot en met singer-songwriter. Pop, jazz en ‘world’ hebben elkaar publicwise gevonden in succesvolle zaken zoals Le Guess Who? maar achter de schermen zijn het nog volstrekt gescheiden werelden. Terwijl ik denk dat daar de grootste progressie te behalen valt, als we als zalen muziek weer als drager van gedachten en gevoelens durven te zien, ongeacht de line up. Dit vergt denkelijk een misschien zeker vooral mentale beweging van alle partijen involved: subsidiënten, zalen/festivals en uitvoerende musici.

Plaats een reactie