BRIEF AAN EEN LUIE VRIEND

door Menno Wigman

En als het waar is, zoals Pascal schrijft, dat alle

ellende van de mensheid

maar één oorzaak heeft, namelijk dat men niet in staat is

rustig in een kamer te blijven, hoe, mijn vriend,

hoe zullen onze dagen dan verstrijken?


Je zult dag in dag uit naar doodse straten staren.

Je zult geen post meer krijgen.

Er zal geen deurbel klinken, geen telefoon afgaan, steeds trager

kruipt het gas door je buizen, je ziet de tuin verdorren

en hoort het water onder je vloeren woelen.


En alle kassa’s en computers halen hun slaap in,

geen stoplicht geeft nog acht,

er drijven regenpijpen door de straten, bloemenstallen,

warenhuizen en wapenarsenalen zakken in de aarde

en jij zit als een pasja op je kamer.


Ver van de steden trekken bomen tegen bomen op.

Takken, wortels, alles wurgt

elkaar, struiken vechten en verdelgen, gras wint alom veld.

Niks ruikt naar God. De aarde neemt een nieuw begin.

De dieren voeren eensgezind een paspoort in.

uit de Schiller Gazet, jaargang 2, nummer 9 (het krantje van Café Schiller)

Plaats een reactie