Never meet your heroes

Marc Ribot in Grimbergen (ja, van het bier, ten noordwesten van Brussel)

1.

Noem mij 1 gitarist die zo expressief speelt, en die zo (althans steller dezes) tot in de ziel weet te raken als Marc Ribot. Ik zeg u: het zal u niet lukken. Sommige musici koester je een leven lang en Marc Ribot schaar ik onder die hors catégorie categorie. Als vijftienjarige las ik in mijn toemalige lijfblad OOR dat Tom Waits’ Rain Dogs (1985) tot een van ’s mans beste albums zou behoren en aldus toog ik naar Bullit Records te Eindhoven. Voor waarschijnlijk 39.99 gulden (een waanzinnig bedrag, come to think of it) kocht ik de compact disc en toog naar huis, Veldhovenwaarts. Nog steeds herinner ik me en detail de kippevelsensatie om Ribot te horen binnenkomen, in de song Jockey full of bourbon. Is er ooit een gitarist geweest die dermate subtiel en ruig tegelijkertijd binnenkwam in het hart van een luisteraar? I think not. Het is surf, het is camp, het is serieus maar ook weer niet – maar bovenal: het is mega expressief, het beklijft, het laat zich niet vergeten, het is onsterfelijk. Het is zo raak! Het is muziek van de sferen, het is met een New Yorks ironisch glimlachje uitgeserveerde briljantie (is dit een woord?).

2.

Mijn allerslechtste interview ooit was toen ik in de N9 Villa te Eeklo Marc Ribot probeerde te verleiden tot het uiten van enige citeerbare uitspraken waarmee ik een deftig artikel zou kunnen publiceren. Totale hoon viel mijn deel: mister New York avant-guitarplayer achtte mijn onzekere persoontje geen blik waardig, putte zichzelf uit in een dédain dat Lou Reed nog niet had misstaan en liet mijn zelfbeeld tot dat moment verpulveren tot as. Wat een totaaldeceptie was dat! Ik moest toen (en nu nog steeds) denken aan wat Paradiso programmeur Kees Heus me ooit toevertrouwde: ‘never meet up with your heroes.’ Net als David Byrne (another hero die ik helaas live besloot te ontmoeten, daarover later) had ik natuurlijk Ribot nooit live moeten willen spreken. Het is godverdomme alsof je Bach aan de toog ontmoet en besluit daar een praatje mee te slaan. Voortschrijdend inzicht: better not.

3.

Een heel belangrijk facet aan mijn Ribot appreciatie is dit: zelfverklaard heeft Ribot zijn voornaamste invloed ontvangen van de Haïtiaanse gitaardocent Frantz Casseus. Nu, Haïti mag wel gelden als het afvoerputje van de mondiale culturele perceptie – wie is nu werkelijk ooit geïnteresseerd geweest in dit land, dat als eerste ter wereld zichzelf bevrijdde uit koloniale kettingen? En daar tot bizar lang nog de zogenaamde ‘gemiste baten’ voor Frankrijk moest afbetalen, in een wurgcontract dat iedere blanke ter wereld het schaamrood op de koontjes zou moeten jagen, mocht die blanke het weten? De cd is overigens, het moge inmiddels voor de hand liggen, erg de moeite waard, praise to de Brusselse labelcombinatie Crammed Discs/Les Disques du Crépuscule, dat Ribot Plays Solo Guitarworks by Casseus gevoelvol besloot uit te brengen in 1993. Check vooral dit prachtige album hier.

Nu is het tijd geworden om Ribot weer eens live te zien, in cc Strombeek te Grimbergen, of all places. Op het bijzonder fijne festivalleke Wunderkammer. Tweede editie, en in plaats van drie dagen 1 dag, thank you covid. Maar wel een avond met Ribot!

NB: eerlijk gezegd wisten Geoffrey Burton en Vitja Pauwels me vanavond veel dieper te raken dan Ribot: prachtig zoals Ribot articuleert en ja, een fraaie repertoirekeus (met ook een nummer van Casseus), maar eerder routineus en zelfs verveeld. Terwijl Burton en Pauwels allebei speelden met veel meer intensiteit en originele klankerupties vooral.

Plaats een reactie