kader en kwast

van links naar rechts: mount W.E.R.F. records en Benny

De komende maanden ga ik mezelf een weg luisteren doorheen de catalogus van W.E.R.F. records, een legendarisch Brugs label, met staatssteun opgericht in 1993 door wijlen Rik Bevernage, initiator van de gelijknamige jazzclub in Brugge (De Werf-zaal is nu opgegaan in Kunstencentrum KAAP) en aanjager van (inter)nationale improvisatie/jazzmuziek met een trackrecord in de wat grotere herenmaten. W.E.R.F. records biedt een ongekende blik in het hart van de avontuurlijke Belgische jazzwereld. Sinds een aantal jaren wordt het gecureerd door mijn collega Benny Claeysier, en wel op zo’n manier dat hij zijn inbox ternauwernood de baas kan blijven, volgestroomd als die permanent wordt met verzoeken tot release.

De Werfblogs zullen geen recensies in de gebruikelijke zin van muziekkritiek zijn. Ik ben geen musicoloog of jazzexpert. Wel jazzdilettant sinds mijn moeder me op vijftienjarige leeftijd, temidden van een hevige Velvet Underground/The Pixies fase, een singletje van Art Blakey and the Jazz Messengers gaf (for those who like to know: Blues March). Dat kleine, venijnige doch elegante stukkie vinyl opende een wereld voor mij die 35 jaar later nog geen tel verveelt – sterker nog, steeds interessanter wordt nu mijn voormalige biotopen indie gitaarpop en wereldmuziek rondjes blijven draaien rondom hetzelfde punt.

Jazz en impro (het verschil is gigantisch, doch lang niet altijd als zodanig gezien) ervaar ik allebei als de meest emancipatoire bevrijdingen van een ellendig begin (de Afro-Amerikaanse slavernij, overigens grotendeels door de Nederlandse V.O.C. mentaliteit georkestreerd) ooit vertoond op dit rondtollend stuk ruimteafval. Er zijn episodes in mijn leven dat ik me miserabel voel, maar nog nooit zijn Billie Holiday, Ornette Coleman, Misha Mengelberg, Han Bennink, Paul van Kemenade en John Zorn (to name but a few) er niet in geslaagd om me met hun geniale muziek van die zwarte zon in mijn hoofd te bevrijden. Sterker nog: als ik Billie haar leed hoor sublimeren prevel ik al gauw tegen mezelf: ‘shut the fuck up Donny, herpakt uzelve en rap een beetje!’ Ik doe hier overigens geen uitspraken over depressie, want depressie is a bitch (v/m/x). Je hoort mij niet zeggen dat die gemoedstoestand is opgelost met een stukje jazz onder de naald – maar helpen doet het wel (in mijn ervaring).

Ook impro(visatie) als Europese aftakking van die Afro-Amerikaanse oerschreeuw heeft mijn leven beslissend een duw in de juiste richting gegeven. Als zwartgallige puber verslond ik de platen van The Ex (overigens nog steeds een van mijn favoriete ensembles wereldwijd), en toen die in 1991 ineens van de kraakholen die ze voordien frequenteerden naar het Amsterdamse Bimhuis migreerden, trok ik met ze mee. Dit was mijn eerste concert in Amsterdam, mijn eerste concert in het Bimhuis en mijn eerste blootstelling aan het fenomeen impro. Die avond staat messcherp in mijn ziel gekerfd: zoals Terrie en Andy tekeer gingen op hun gitaren, maar halverwege ineens werden gepasseerd door Wolter Wierbos op trombone en Ab Baars op gierende rieten, terwijl Han Bennink goedkeurend toekeek (en toesloeg!) – welnu, dergelijke concertervaringen zijn denkelijk once-in-a-lifetime. Overigens fiets ik nu iedere dag langs het piano atelier van Herr Seele, die ook die avond in het Bimhuis present was, met het borstelgedeelte van een bezem op zijn kale hoofd gemonteerd. Geluk in het leven ervaren is het zien van bepaalde symmetrie ..

On topic: ik schets dit alles in het kader van het kader en de kwast waarmee ik de W.E.R.F. catalogus tegemoet zal treden. Ik heb niet veel op met canonieke mainstreamjazz, zoals die op conservatoria wordt gedoceerd. Juist wanneer een artiest die gigantische erfenis van de jazzgeschiedenis weet te sublimeren, in plaats van slaafs te eren of te kopiëren, spitsen mijn oren zich en wordt mijn hart wakker uit waakstand.

Met dit gezegd hebbende, aan de slag! De blogs gaan niet in een vast ritme verschijnen en ik twijfel nog of ik wel van nummer 1 naar nummer 199 moet gaan. Misschien ga ik hier en daar een paardensprongetje maken, on verra.

Plaats een reactie