
Na praktisch 19 jaar ZZP-schap ben ik notoir slecht in ontspannen. Als ik niets doe denk ik nog steeds vol zelfverwijt: ‘acquisitie, administratie en archivering doen Tchong, en bel je familie en intimi eens op – ze zullen ervan schrikken.’ Dit terwijl ik nu precies een jaar een baan heb bij een werkgever die snapt dat je mensen niet moet opbranden. Trouwens, niet alleen de werkgever, ook de Belgische cultuur speelt hier denkelijk een gunstige rol. Observatie: in- en extern zie ik veel getrouwde stellen met kinderen. Ik heb toch het idee dat ik in Amsterdam was omringd door singles, maar zelfs in de culturele sector hier huwt iedereen voor zijn of haar 30e en slaat vervolgens vrolijk aan het baren. Of althans: zo lijkt het, misschien ben ik wel de freaky uitzondering. Dat gevoel bekruipt me wel vaker hier, als rijbewijsloze single. Overigens vermoed ik dat dat overal aanwezige ouderschap de werkcultuur zachter en humaner maakt. Minder neoliberaal, meer oog voor de menselijke kant.
On topic: ik besloot twee dagen in Brugge te blijven voor wat fikse stadswandelingen, ideaal nu zonder de hordes toeristen. Brugge ligt er momenteel schitterend bij, maar het weer vandaag was van dien aard dat ik toch snel een antiquariaat indook: Marc van de Wiele (Sint-Salvatorkerkhof 7, Brugge). Schitterende zaak, ik kan niet anders zeggen. Zeer kundig en aardig personeel ook. Met veel zelfdiscipline kocht ik slechts 1 cadeautje voor toekomstig bezoek, maar ik kreeg wel de meest recente veilingcatalogus mee die ik vooralsnog niet durf open te slaan. Ik kom namelijk altijd titels tegen die ik beslist meen te moeten hebben (vreemd is dat! ik heb al een boek). Dit terwijl ik zojuist besloten had om op e-books over te schakelen, vooral omdat er in Amsterdam nog tien meter boek staat dat mijn huidige domicilie niet eens in kan wegens verstoppingsgevaar.
In de fraaie kasten viel mijn oog op een boek dat mij als student geschiedenis intens genot had geschonken: Gerard Rooijakers, Rituele repertoires – volkscultuur in oostelijk Noord-Brabant 1559-1853 (Nijmegen, Uitgeverij Sun, 1994). Het is vijfentwintig jaar geleden dat ik het las, maar levendig herinner ik mij de Coen Brothers-achtige wereld van vroegmoderne vagebonden in Brabant, met veel aan kerkdeuren getimmerde varkenscadavers en wat dies meer zij. Ik realiseer me nu pas waarom dat boek me destijds zo aansprak: coming from Nuenen, Brabant voelde het toch altijd in de randstad alsof je iets uit te leggen had, zelfs zonder mijn zachte g, die ik ineens kwijt was na een jaartje Utrecht. Liefdevol beschrijft Rooijakkers de Brabanders van de zestiende en zeventiende eeuw en verdomd: het lijken net mensen.
Om niet geheel in nostalgie te verdwijnen vroeg ik of hij wellicht ook wat boeken/teksten over Marcel Broodthaers had liggen, maar helaas. Dat blijkt zelden op de markt te komen, en sterker nog: zodra het op de markt komt worden er idiote bedragen voor neergelegd. Opgelucht liet ik mijn naam en telefoonnummer achter, men weet maar nooit, en vervolgde mijn stadswandeling.
Plaats een reactie