met de timing van een katapult

Joris Roelofs en Han Bennink eren Eric Dolphy, Hilversum, 2014

Een man zit wijdbeens met zijn achterste op het podium. Met een rood aangelopen hoofd, een zakdoek in commandostijl om zijn stekelhaar geknoopt, ratelt hij met twee stokken driftige morsetekens uit de planken.

De boodschap is duidelijk: Han Bennink is woest. Zijn partner, de Braziliaanse multi-instrumentalist Hermeto Pascoal, heeft hem net ten overstaan van een uitverkochte zaal als een baksteen laten vallen. En nu mag de drummer in zijn eentje het optreden redden. ‘Sie müssen es weiter mit mir tun,’ roept hij tegen het verbouwereerde publiek in het Haus der Berliner Festspiele, als duidelijk wordt dat de achter de coulissen verdwenen pianist, saxofonist en koperblazer echt niet terugkomt.

Het had organisator Peter Schulze juist zo spannend geleken. ‘Wat gebeurt er als twee Urgesteine der improvisierten Musik voor het eerst samenkomen?’ Met die vraag kondigde de artistiek leider van het JazzFest Berlin 2005 het klapstuk van vrijdagavond 4 november aan. Hoeveel muziek mag je verwachten als Hermeto Pascoal (1936) en Han Bennink (1942), explosieve tegenpolen van twee werelddelen, zonder voorbereiding een duoconcert geven? Met een verlekkerd ‘wij zijn net zo benieuwd als u’, rondde Schulze zijn introductie af: ‘Uw applaus graag!’

Binnen een halve minuut was het hommeles. Pascoal, een gedrongen albino met een sneeuwwitte kabouterbaard, beende gehaast de speelvloer op, wierp geen blik op de achter zijn drumstel klaarzittende Nederlander, en nam voor aan de bühne met een omstandige reverence het welkomstapplaus in ontvangst. Daarna zette hij zich achter de vleugel, sloeg breeduit een paar broze akkoorden aan, om meteen daarop zonder boe of bah van het toneel te verdwijnen.

Onthutste gezichten in de zaal: wat nu?

Een half uur later liggen tweeduizend toeschouwers aan Benninks voeten. Er wordt gelachen als bij een kindermatinee, en ooh en aah geroepen als bij een trapezenummer. Bennink haalt alle muzikale trucs uit de kast die hij in 45 jaar podiumervaring heeft opgebouwd. In razende vaart, en met de timing van een katapult. Hij laat zijn stokken dansen op de toneelvloer, begeleidt zichzelf met het ritmisch gescandeerde ‘drum-mer-van-de–band’ (citaat uit een uit 1939 stammend liedje van The Ramblers), illustreert zijn stijgende humeur door het Disney-dwergenlied Heigh Ho! Heigh! Ho! te fluiten en slaat dan vol vuur het vel van zijn snaredrum kapot. Vliegensvlug steekt hij een drumstok in de klankholte van zijn mond, tikt er met de andere een pakkend ritme op, neuriet onderwijl een primitieve melodie en roept dan pesterig in de coulissen, alsof hij in de Braziliaanse rimboe staat: ‘Herrrr-meeetooo – oehoe!’

Hij eindigt de performance zoals hij begon, op zijn kruk achter het drumstel, waarop hij met vederlicht swish-swishende brushes nog even zijn meesterschap in het klassieke Swing-drummen à la Papa Jo Jones en Big Sid Catlett demonstreert – wie soms dacht een muzikale clown aan het werk te zien, wordt met de neus op de feiten gedrukt.

Ook na afloop backstage houdt Pascoal zich onzichtbaar. De maestro was verbolgen over een vermeend gebrek aan egards bij zijn Nederlandse partner, weet de festivalleiding te melden – terwijl Bennink op verzoek extra vroeg was gearriveerd en zes uur vruchteloos op zijn tegenspeler had zitten wachten. In de kleedkamer komt Peter Schulze de slagwerker met een bleek gezicht bedanken voor ‘het redden van de avond’. Terwijl discreet een financiele compensatie wordt besproken, schudt Bennink het laatste restje verontwaardiging van zich af. ‘Ik had goeie chops, jongen,’ glundert hij, als een collega hem met zijn solotriomf feliciteert.

De krantenkritieken hebben de volgende dagen weinig begrip voor de gekwetste gevoelens van de Braziliaan. ‘Egoshow van een verblinde visionair,’ luidt het vonnis in de Süddeutsche Zeitung. ‘Een heerlijk optreden,’ schrijft de Frankfurter Allgemeine Zeitung over Benninks reddingsactie. ‘Vitaal en onvoorspelbaar, met een grote kennis van de geschiedenis van het slagwerk.’ ‘Sloeg zich er kranig doorheen,’ vindt ook Die Zeit, die uit Benninks mond het finale oordeel over zijn ‘Nichtpartner’ optekent: ‘Arschloch.’

Uit: Erik van den Berg, Han Bennink – De wereld als trommel (Uitgeverij Thomas Rap, 2009).

Morgen zouden we in Kaap Oostende eerst een boekpresentatie van GW Sok hebben, gevolgd door een concert van Han Bennink (drums), Terrie Ex (gitaar) en Joachim Badenhorst (rieten). Het was uitverkocht, maar helaas, er heerst een virus. To be continued!

Plaats een reactie